U bent hier : Onthaal » Leven in Schaarbeek » Veiligheid en preventie » GNIP (Gemeentelijk Nood- en Interventieplan van Schaarbeek – kortweg Rampenplan)

GNIP (Gemeentelijk Nood- en Interventieplan van Schaarbeek – kortweg Rampenplan)

Gemeentediensten

Een noodplan, dat is een reeks maatregelen of procedures die opgezet moeten worden om noodhulp te verstrekken aan mensen die geconfronteerd worden met een onverwachte, ongewone of grootschalige gebeurtenis, die vaak hun leven of hun goederen bedreigt.

De wet van 28 maart 2003 tot wijziging van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming heeft de burgemeesters van elke gemeente de verplichting opgelegd een algemeen rampenplan voor hulpverlening op te stellen, dat de te treffen maatregelen en de organisatie van de hulpverlening bevat in geval van rampspoedige gebeurtenissen, catastrofen of schadegevallen.

Het GRHP omvat: 

  • de waarschuwingsprocedures
  • de interventiewijze van de verschillende bevoegde diensten (taakverdeling)
  • de organisatie van de coördinatie van de operaties
  • de wijze van informeren van de mensen die door een «catastrofe» getroffen kunnen worden
  • de lijst van mensen die in de waarschuwingsketen kunnen tussenkomen
  • de lijst met de middelen die op gemeentelijk vlak ingezet kunnen worden.

De hulpverlening bij een collectieve noodtoestand wordt geregeld door een ronrondzenbrief schrijven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van 11 juli 1990. Dit rondzenbrief stelt een noodplanning op in vier fasen, afhankelijk van de omvang van de catastrofe:

  • fase 1 - fase van de eerste interventie: actie die niet formeel in werking gesteld wordt maar waarbij verschillende hulpdiensten betrokken zijn
  • fase 2 - gemeentelijk rampenplan: versterkingsfase met coördinatie van de hulpdiensten en beheer op gemeentelijk vlak, die in werking gesteld wordt door de brandweeroverste of de burgemeester
  • fase 3 - provinciaal rampenplan: van zodra de gebeurtenis coördinatie tussen verschillende gemeenten vergt door de Provinciegouverneur, in werking gesteld door de brandweeroverste, door twee of meer burgemeesters of door de Gouverneur
  • fase 4 - nationaal rampenplan: van zodra de gebeurtenis coördinatie tussen verschillende provincies vergt, in werking gesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het rondzenbrief legt ook de vijf functionele disciplines vast die bij rampenplannen een rol spelen:

  • discipline 1: hulpverlening door de «brandweer»
  • discipline 2: medische en sanitaire hulpverlening
  • discipline 3: politie van de gemeenten of ordehandhaving
  • discipline 4: logistieke steun (Civiele bescherming en Strijdkrachten of andere)
  • discipline 5: informatie

Belangrijkste van een PRP

Bij een ramp, van welke omvang ook, is het belangrijk dat de interveniënten op het terrein duidelijk weten dat zij handelen in het kader van een in werking gesteld rampenplan. Op die manier is het mogelijk om snel en zonder discussie te bepalen welke de bevoegde overheden zijn en zal het beheer door de overheid ter plaatse eenvoudiger zijn.

Elke interveniënt maakt dus deel uit van een uitzonderlijke organisatie, die verschillend is van de traditionele hiërarchische structuren.

Samengevat

  • Men mag niet uit het oog verliezen dat rampenplannen instrumenten zijn die in hoofdzaak bedoeld zijn om improvisatie bij noodtoestanden zo veel mogelijk te voorkomen.
  • Rampenplanning dient om de betrokkenen voor te bereiden door hen een omkadering aan te reiken en hen de kans te bieden elkaar vooraf te ontmoeten.

Laatste wijziging: 06/02/2012

Naar boven

Praktische info