U bent hier : Onthaal » Ontspannen in Schaarbeek » Patrimonium en toerisme » Geschiedenis van de gemeente » Josaphatpark

Josaphatpark

Gemeentediensten

Josafat park

Tussen het plateau van Linthout en het centrum van de gemeente ligt het Josaphatdal, dat vroeger de naam Kattepoel droeg (een ingedijkte plas).


Door dit dal stroomt de Roodebeek die ontspringt op het plateau van Linthout, ter hoogte van het huidige VRT-RTBF-complex. Deze beek bevoorraadt het Josaphatpark en mondt uiteindelijk uit in de Maalbeek, in de buurt van de Jerusalemstraat. Indertijd dreef deze beek ook de Roodebeekmolen aan.


De benaming van dit dal vindt haar oorsprong in het navolgende verhaal:


In 1574 houdt een pelgrim, die terugkeert uit het Heilige Land, halt in het dal van de Roodebeek, precies op de plek waar het plateau van Linthout zijn laatste golvingen kent. Hij beweert een opvallende gelijkenis waar te nemen met het dal van Josaphat (waar de Kidron stroomt) en de Hof van Olijven, even buiten de poorten van Jeruzalem. Hij beslist dan ook deze plaats Josaphat te dopen. In het bovengedeelte van dit dal, op een heuvel met de bijnaam Heylingenbergh, laat hij een ionische zuil oprichten als aandenken aan zijn reis en zijn ontdekking. Deze zuil werd eerst gerestaureerd in 1660 door Willem Timmermans (een bloedverwant van de pelgrim), waarna ze in 1794 omvergeworpen werd door de sansculotten.


Aan de rand van het dal lag een klein bebost domein met een landhuis, een zogenaamd kasteel, dat in 1720 opgetrokken was door de heer Adrien Louts. Bij het overlijden van de stichter werd dit domein in 1773 verkocht aan Arnould Truyts, en vervolgens op 2 mei 1794 aan Simon Sanchez de Aguilar, staatsadviseur van keizer Jozef II van Oostenrijk. In 1874 kwam het uiteindelijk in handen van Félix Martha, adviseur bij het Rekenhof, die aldus zijn naam gaf aan het kasteel. Bij het overlijden van haar echtgenoot in 1900 besliste mevrouw Martha het gebied te ontbossen. Maar op dat ogenblik komt koning Leopold II tussenbeide bij het gemeentebestuur van Schaarbeek en stelt hij voor om op dit eigendom een openbaar park aan te leggen. Hij wenste deze groenzone te behouden, vooral ook omdat door de aanleg van de Grote Ring op dat ogenblik het dal met complete verstedelijking bedreigd werd. In 1902 beslist de gemeente Schaarbeek dan het domein (met een oppervlakte van 6 ha) aan te kopen via een onteigeningsprocedure voor het algemeen nut. De inrichting van het park wordt toevertrouwd aan landschapsarchitect Edmond Galoppin die het gebied heeft omgevormd tot de prachtige groene oase zoals wij die vandaag kennen.


Het park wordt officieel ingewijd op 26 juni 1904, in aanwezigheid van koning Leopold II. Dankzij de aankoop van percelen die toebehoorden aan naburige landbouwers kon de oppervlakte van het park later nog uitgebreid worden tot ca. 20 ha, en in 1914 werd er een speelterrein aangelegd.


Het kasteel dat oorspronkelijk op de huidige buffetesplanade voor de kiosk stond, werd later omgevormd tot een zuivelfabriek (restaurant) en enkele jaren daarna afgebroken. Het watervalletje achteraan het huidige buffet (Laiterie du Parc genaamd) markeert de plaats van de oude watermolen, de Roodebeekmolen. Nadat de inboedel uit deze molen gehaald was, kreeg hij de naam Het Groene Kasteel en concurreerde hij met andere uitspanningen zoals het Cavitje of het Liefdeskasteel. Dit laatste kasteel lag niet ver van de Fontein der Liefde die beroemd werd om de navolgende legende:


Vijver Josafat"Er was eens op de heuvel, aan de voet waarvan deze bron ontsprong, een landhuis dat bewoond werd door gelukkige kasteelheren. Zij hadden een enige dochter die mooi, teder en slim was, genaamd Herlinde. Op een avond tijdens het steekspel leerde ze een jonge ridder, Theobald, kennen. Ze werden al snel verliefd en op een dag, in de avondschemering, bevonden ze zich bij de bron. Maar de ridder ontving het bevel dat hij moest vertrekken en hij verliet zijn teerbeminde na duizend keer beloofd te hebben dat hij trouw zou zijn en zou terugkomen. Elke avond kwam Herlinde alleen bij de fontein staan dromen van haar geliefde, van de heerlijke uren die ze al samen doorgebracht hadden en van de vele uren die ze nog zouden doorbrengen. Maar de tijd verstreek en de mooie Theobald gaf geen teken van leven meer. De mooie Herlinde was het beu om nog langer te wachten en ziek van verdriet verdronk ze zich in de bron."


BoogschutterpleinDe twee Schampaert-woningen die in 1732 gebouwd werden door Jan Schampaert voor zijn dochters Elisabeth en Clara en oorspronkelijk langs de Minneborreweg stonden, werden uiteindelijk geïntegreerd in het park. Een van deze twee woningen werd lange tijd bewoond door de politie-inspecteur die belast was met het toezicht op het park. De andere woning wordt nog steeds gebruikt door diverse verenigingen als vergaderplaats. In het hogergelegen gedeelte van het huidige park bevindt zich de Boogschuttersgilde van Sint-Sebastiaan die gesticht werd in 1598, de Boogschuttersgilde van Monplaisir die dateert van 1920 en de Gilde van de Broederschap (1929).


Deze bewonderenswaardige site werd opgehemeld door heel wat schrijvers en kunstenaars, waaronder Hyppolite Boulanger en vooral Emile Verhaeren, die vaak door het park beende om op bezoek te gaan bij zijn vriend Constant Montald te Evere


Het is ook een echt openluchtmuseum: men vindt er in de verschillende dreven immers diverse beeltenissen of borstbeelden van schrijvers (Emile Verhaeren, Nestor de Tière, Hubert Krains, Albert Giraud en Georges Eekhoud) en kunstenaars (de schilders Léon Frédéric en Oswald Poreau en de componist Henri Weyts). De andere beeldhouwwerken zijn De snoeier en Eva en de slang (van Albert Desenfans), Assepoester (van Edmond Lefever), Tijl Uylenspiegel en Kariatide (van Eugène Canneel), Moeder met kind (van De Korte), het Monument Philippe Baucq (van Nisot), Boreas (van Joseph Van Hamme) en uiteraard het Monument Edmond Galoppin (van Lecroart) dat opgericht werd ter nagedachtenis aan de ontwerper van het park.

Laatste wijziging: 14/01/2014

Naar boven

Praktische info

Lees ook